Benut het potentieel van jonge ouderen; het antwoord op vergrijzing.

In de strijd tegen de gevolgen van vergrijzing worden de mensen in de derde levensfase gezien als een belangrijke groep. Deze mensen zijn daar zelf echter nog niet zo bewust van. Uitsluitend het faciliteren van initiatieven zal daarom niet voldoende zijn. Wat kunnen gemeentes nog meer doen om de preventie-opdracht in het kader van vergrijzing vorm te geven?  

Zelf doen?

In de onlangs verschenen Dialoognota Ouderenzorg 2020 van het ministerie van VWS, wordt de dialoog aangezet over de borging van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de ouderenzorg. Een belangrijke vraag die hierbij wordt gesteld is: Wat kan de oudere daar zelf in doen? Een vraag waar wij ons al sinds 2014 mee bezig houden en waar meer en meer beleidsmakers mee worstelen.

Businesscase klinkt als een klok.

Een logische vraag, want “dagelijks beginnen ouderen onbewust en onvoorbereid aan ‘de derde levensfase” zoals de nota stelt.  Met alle gevolgen van dien. Volgens berekeningen van verzekeraars en het CBS lopen de kosten van vergrijzing in de komende jaren al snel in de vele miljarden. Daarentegen zijn simpele sommen te maken over hoe een paar procent meer mensen die mantelzorg verrichten of die eerder nadenken over hoe ze zouden willen wonen, de balans weer een beetje kan herstellen. Die businesscase is qua kosten-baten snel gemaakt terwijl er geen risico’s aan zijn verbonden.

Opdracht

“Het stimuleren en faciliteren van ouderen en relevante stakeholders in het voorbereiden op ouder worden in de volle breedte, én een actief handelingsperspectief bieden”, is dan ook de opdracht die in de nota wordt verwoord. Eenzelfde conclusie was ook al getrokken in het rapport over de derde levensfase door de Raad voor Volksgezondheid. Maar wie moet hiermee aan de slag? Want als de jonge ouderen niet vanzelf aan de slag gaan, zal iemand anders hen daartoe moeten uitnodigen.

Gemeenten

In 2015 heeft de transitie van de maatschappelijke ondersteuning naar de gemeentelijke overheid plaatsgevonden. Sindsdien ligt daar ook een verantwoordelijkheid voor het opzetten van preventie en het voorlichten en informeren van de burger. Sterker nog, juist het feit dat de gemeente dicht op de huid en op maat zaken kan regelen, is een belangrijk argument geweest voor deze transitie. Dus vanuit de formele gedachte is de gemeentelijke overheid misschien wel de eerste die die handschoen kan oppakken. In ieder geval is het een belangrijke stakeholder in deze.

Maar er zijn ook andere argumenten om de benadering van de jonge ouderen in een lokale setting, vanuit de wijk of buurt te realiseren. Veel thema’s waar zij zich in de derde levensfase op kunnen richten, hebben een lokaal karakter. Denk aan mobiliteit, veiligheid, wonen, het sociaal netwerk, participatie, een uitdaging vinden, leefstijl etc. Bovendien is de maatschappelijke winst van deze thema’s meestal direct lokaal op te halen en is de verbinding die rondom deze thema’s kan ontstaan tussen mensen het sterkst als die een lokale basis heeft. Het feit dat de doelgroep vooral gevoelig is voor een persoonlijke benadering speelt zeker ook een rol. Een Postbus 51 campagne gericht op ouder worden zal snel gezien worden als een boodschap voor de eigen ouders of voor de oudere buurman.

Makkelijker gezegd…

Oké, in de lokale setting dus en de gemeente in de ‘lead’, maar hoe dan? Dit is een mooi voorbeeld van makkelijker gezegd dan gedaan. Al sinds begin van de negentiger jaren van de vorige eeuw wordt er gesproken over de derde levensfase en welke kansen en mogelijkheden hier liggen voor persoonlijke en maatschappelijke winst. Sinds die tijd zijn er vele rapporten over dit thema verschenen en aanpakken geformuleerd. Er zijn ook allerlei initiatieven bekend, vaak gericht op een specifiek thema, bijvoorbeeld wonen. Maar veelal is het fragmentarisch en sterk afhankelijk van enkele enthousiaste pioniers. Of sterk probleem gericht, op bijvoorbeeld eenzaamheid, dementie en kwetsbare ouderen. Een concrete, voortdurende en planmatige benadering in wijk-buurt van specifiek de mensen in de derde levensfase met een preventief doel is echter nooit opgezet.

Jammer.

Dat is jammer, want een intensieve benadering van mensen in de derde levensfase kan een gorte bijdrage leveren aan de sociale cohesie in de buurt. Zij hebben tijd, energie, wijsheid en een latente maatschappelijke betrokkenheid die manifest gemaakt kan worden. Als dragers van de samenhang in de buurt, kunnen zij van betekenis zijn voor mensen in de andere drie levensfasen. Denk aan problematiek zoals eenzaamheid, mantelzorg, maar ook het ruimtelijke aanzien van de buurt, doorstroming op de huizenmarkt, veiligheid, etc.

Waarom?

Wat zou de rede kunnen zijn dat een specifieke, planmatige benadering van deze groep niet gebeurt? Er speelt een aantal belemmerende factoren en twijfels. Allereerst de vraag naar de behoefte. Zit men er wel op te wachten? Hoe zit dat met het draagvlak?  Waar gaat ‘zorg over de toekomst’ over in bemoeizucht? Heeft de gemeente wel de rol van aanjager? Moet het niet veel meer van de mensen zelf komen?

Ook speelt het klassieke preventie-dilemma: kunnen middelen wel worden besteed aan preventie als zij nodig zijn voor directe problematiek? Bijvoorbeeld in het kader van vergrijzing: kunnen we wel middelen besteden aan het versterken van het sociale netwerk van vitale ouderen terwijl er mensen worstelen met eenzaamheid? Is dat politiek en beleidsmatig verantwoord? Zeker bij schaarse middelen speelt dit dilemma.

Wie en hoe?

Een andere vraag ligt in de uitvoering: wie moet er mee aan de slag? Zorg- en welzijnsinstanties zijn bij de gemeentelijke acties de voor de hand liggende uitvoerenden. Meestal liggen daar raam-afspraken waarin dergelijke initiatieven passen. Maar een benadering van vitale jonge ouderen vanuit zorg en welzijn wekt al snel weerstand op. Er is immers geen probleem en dat is voor zowel de ontvanger als de aanbieder een raar fenomeen. Bovendien is preventie een vreemd werkterrein voor zorg en welzijn. Zo is in de preventie van beroepsziekten ook geen behandelend orthopeed of huisarts betrokken. Het is een specialisme met een bijzondere scoop en focus.

Specialisme

Die uitvoerend specialist is al in wijk en buurt aanwezig, namelijk de jonge ouderen zelf. Een aantal van hen kan worden getraind in de kennis van de specifieke aandachtsgebieden en in de wijze van benadering van deze doelgroep in een bepaalde wijk of buurt. Zij kunnen leren om een professioneel jaarplan te maken voor uitwisseling van informatie en  inspiratie. Zij kunnen zich bekwamen om op een professionele wijze verbinding te initiëren rondom de belangrijke thema’s. Na een trainingstraject kunnen ze zelfstandig aan de slag in wijk of buurt onder aansporing van een groep stakeholders.

Stakeholders

Degene die een dergelijk project van de nodige brandstof en continuïteit kunnen voorzien zijn de zogenaamde stakeholders. Dit zijn de partijen die belang hebben bij een actieve en zich goed voorbereidende groep jonge ouderen. Denk aan de gemeente, zorg en welzijn instellingen, mantelzorgorganisatie, bedrijven, bibliotheken, GGD, huisartsen, woningcorporaties, verzekeraars, banken. Zo’n nieuwe vorm van maatschappelijk opdrachtgeverschap past bij deze aanpak en zorgt, als zij tot een goede samenwerking weten te komen, uiteindelijk automatisch voor borging. Ze hebben er immers baat bij.

Potentieel verzilveren.

JongeOuderen.nl wil het initiatief nemen om een dergelijk stelselmatige benadering van de burger in de derde levensfase op te zetten in een klein aantal wijken en buurten. Het uiteindelijke doel is om een betere voorbereiding en participatie te bewerkstelligen met persoonlijke en maatschappelijke winst. Het doel van de pilot is om te leren, om het effect te meten en data te verzamelen voor een gedegen businesscase. De instrumenten voor een dergelijke benadering zijn beschikbaar. Bijvoorbeeld een Quickscan voor de (nul-)meting, een training voor de coaches, workshops, lezingen en een draaiboek voor een stakeholders-opzet.

Uitnodiging

In de komende tijd zullen we dan ook een aantal gemeenten uitnodigen om deel te nemen aan een serie eerste gesprekken om de haalbaarheid van een dergelijk project te onderzoeken en de kansen en belemmeringen nader te bepalen.

Tevens willen wij op landelijk niveau stakeholders uitnodigen om met elkaar te onderzoeken of zij mogelijkheden zien om een dergelijke pilot te ondersteunen met middelen, kennis, netwerk of anderszins.

Wilt u deelnemen aan deze gesprekken: mail ons.

JongeOuderen 2021