Weinig hoop voor ouderenzorg

In het radioprogramma Meldpunt [11:38 min] was op 25 maart een indirecte uitwisseling van standpunten over de verpleeghuiszorg en de vergrijzing. Anneke Westerlaken van Actiz en Bert de Haas van het FNV reageerden op uitspraken van minister Helder. Ieder vervulde zijn of haar rol met verve, maar uiteindelijk blijft er bij de luisteraar een beeld  over van machteloosheid, besluiteloosheid en weinig hoop voor de toekomst. Er is aan alles te weinig: geld, mensen, salaris, aantrekkelijkheid van het werk en er is te veel  bureaucratie. Een oplossing lijkt niet in zicht. Misschien kan een nieuwe vorm van preventie soelaas bieden?

Tekort

Door de vergrijzing neemt het aantal kwetsbare ouderen toe. De plekken in de verpleeghuizen zijn beperkt. Er zijn nu al wachtlijsten en in de toekomst zijn er naar raming van het ministerie zo’n 130.000 mensen te kort in de zorg, met name in de verpleeghuiszorg. Er komt geld bij, maar niet genoeg om de groei op te vangen en de minister is duidelijk: er komt ook niet nog meer geld. Overigens spreekt de minister van verpleegzorgplekken en geen verpleeghuisplekken, dat zo veel wil zeggen als: de zorg gaat thuis, met behulp van technologie en van mantelzorgers worden gegeven.

Ook demente ouderen kunnen dan gewoon, met intensieve zorg thuis blijven wonen. Dat schijnt uiteindelijk goedkoper te zijn. Op zichzelf bijzonder, want je zou zeggen als je dicht bij elkaar woont is zorg efficiënter te geven (=geen reistijd) en wonen goedkoper (want klein en bij elkaar). Maar goed, dat schijnt toch anders te liggen. Misschien omdat als mensen thuis blijven wonen er geen nieuwe centra gebouwd hoeven te worden? Tja, de economische wegen zijn soms ondoorgrondelijk voor de gewone man. Dat was met de postbezorging ook zo: in een keer komen er per dag 3 verschillende postbezorgers aan de deur en dat maakt de postbezorging een stuk goedkoper???

Lemmingen

Bij het TV gesprek ontstaat het beeld van een groeiende groep ouderen die allemaal de route naar het einde aan het afleggen zijn, als een soort lemmingen, en dan, ergens in de laatste kilometer gebeurt het onvermijdelijke: men kan niet verder, valt om en heeft hulp nodig. Door de enorme aantallen en te weinig hulp wordt het daar een ongelooflijke zooi. Het is dweilen met de kraan open, het wordt langzaam aan een slagveld met oververmoeide verplegers, uitpuilende ogen die verward rondkijken en die ook niet meer weten wat te doen, de handen in het haar. 25.000 verpleeghuisplekken kun je er niet zomaar bij toveren en 130.000 mensen te kort los je niet even op. Het werken in de zorg heeft bovendien nog altijd iets van doen met roeping en competenties, dus alleen meer salaris zal ook niet direct zoden aan de dijk zetten.

Bedrijfsgezondheidszorg

Misschien is er in de route naar die laatste kilometer toe nog wat te doen? Misschien is een aantal van de problemen te voorkomen die zich op het einde van de route voordoen? We kunnen de kraan in aantallen mensen niet dichtdraaien, maar misschien in het aantal problemen wel en wellicht kan het moment dat die problemen zich voordoen wat beter worden verspreid?

Interessant voorbeeld is de bedrijfsgezondheidszorg. Aan het einde van de 19de eeuw gingen heel veel mensen in fabrieken aan het werk. Dat had enorme gevolgen voor de gezondheid van de werkers. Toen bleek dat die ook niet onuitputtelijk waren kwam het idee dat het voorkomen van ziekten wellicht een slim idee was. Inmiddels is de bedrijfsgezondheidszorg wereldwijd een grote en belangrijke tak van de gezondheidszorg, waarin miljoenen mensen werken en wetenschap bedrijven, met name om gezondheidsproblemen te voorkomen.

Preventie

Vanuit die gedachte is het wellicht ook mogelijk om op het terrein van de vergrijzing ook een veel intensievere tak van preventie op te tuigen. Op dit moment is dat te weinig en te laat. Op de site van het RIVM zijn interventies voor ouderen te zien, enkele bewezen effectief, de meeste goed onderbouwd. 

Maar deze is gericht op vallen en meer bewegen voor ouderen en bereiken vooral de mensen in de 4de levensfase.

Daar is in wijken en buurten wel wat meer van te maken. Gericht op jonge ouderen kunnen alle aandachtsgebieden die met het ouder worden te maken hebben worden opgepakt in de sfeer van preventie. Wetenschap kan helpen om goed te onderzoeken wat werkt en waar prioriteiten liggen en hoe deze doelgroep kan worden benaderd.

Het is geen ei van Columbus. Uiteindelijk zal ook dit het probleem van de vergrijzing en de enorme druk op de zorg niet zomaar oplossen. Maar het planmatig inzetten van het potentieel van de derde levensfase en een betere voorbereiding op de route naar de fase van kwetsbaarheid kan zeker een steentje bijdragen. Het geeft in ieder geval het idee dat er wat te doen is en daarmee een meer positieve kijk op de toekomst.

JongeOuderen.nl

April 2022