Enkele opmerkingen bij de brief van GGD-SER en anderen

In een brief aan de nieuwe informateur Hamer, vragen de GGD, Federatie voor gezondheid en de SER om een verdieping, verbreding en een verankering van preventie in de samenleving. Een Preventieakkoord 2.0, zou je kunnen zeggen. Niet alleen de focus op de zorg, maar toewerken naar een gezond en vitaal Nederland. Een geweldig plan, met hier nog enkele opmerkingen vanuit het perspectief van jonge ouderen.

 

 

 

Brief

In een brief ( wéér een brief), nu aan de nieuwe informateur Hamer, vragen de GGD, Federatie voor gezondheid en de SER om een verdieping, verbreding en een verankering van preventie in de samenleving. Een Preventieakkoord 2.0, zou je kunnen zeggen. Niet alleen de focus op de zorg, maar toewerken naar een gezond en vitaal Nederland.

Verankering, verbreding, verdieping

De verankering betekent dat preventie meer in de sociale structuur wordt ingebed, regionaal, dicht bij de mensen. Verankering betekent ook dat er een wettelijke grondslag wordt geregeld en een financiële structuur. Verbreding betekent meer integraal. Preventie moet ook een thema wordt dat buiten de zorg wordt opgepakt en voor alle levensfasen geldt. Het betekent ook dat niet alleen de focus wordt gericht op roken, eten en alcohol, maar dat de mentale gezondheid ook wordt meegenomen. Verder wordt met verbreding ook de digitalisering aangeduid, waar een grote gezondheidspotentie aan wordt toegedicht. Verdieping betekent dat preventie meer wordt vormgegeven in de directe leefomgeving, dat wordt gestart in het begin van het leven en er nog meer aandacht komt voor preventie in de werkomgeving.

Derde levensfase

Natuurlijk vallen er zaken weg in zo’n korte brief. Daar valt niet aan te ontkomen. Wel jammer dat in de brief bij het benoemen van de specifieke doelgroepen, zoals jeugd en de werkenden, niet de burger in de derde levensfase als een belangrijke doelgroep voor preventie wordt aangemerkt. Dat terwijl de ouderenproblematiek in de vierde levensfase een groot deel van de zorg naar zich toe trekt? Sowieso komt het woord ouderen slechts 2 keer voor in het Nationaal Preventieakkoord, 1x in het ambitiestatement (dat ouderen veel gezonde levensjaren hebben) en 1x als voorbeeld (beweegtuin voor ouderen). In de brief aan de informateur zien we ouderen 2x in de frase ‘voor jong en oud’.

Vragen

Wat ook jammer is, is dat bij de verdieping of verankering niet meer wordt ingegaan op de vragen die er in essentie nog liggen met betrekking tot preventie en waarover in een eerder blog op deze site al eens is geschreven. Vragen zoals: Waar hebben we het precies over? Er zijn immers zoveel dimensies in het begrip preventie, zeker als het smalle pad van roken, drinken en eten wordt verlaten en wordt verbreed naar de mentale aspecten. Gaat het dan ook over veiligheid, mobiliteit, financiën, verbondenheid?  Zijn valpreventie, brandpreventie, dans- of dramatherapie bij dementie ook onderdeel van het plan? En wanneer spreken we nog van preventie? Hoort vroeg signalering er eigenlijk wel bij of is dat al curatief? Aan de andere kant van het spectrum, is een basisinkomen voor iedereen ook een vorm van preventie? Ook andere vragen spelen nog, zoals: Wie is aan zet? Wordt er specifieke expertise gevraagd bij preventie? Is een zorg- of welzijnsprofessional wel de aangewezen persoon om preventie vorm te geven?  Waarom is er geen kwaliteitscirkel in de maatschappelijke vormen van preventie, zoals dat gebruikelijk is in andere vormen van risicomanagement? Hoe evalueren we de resultaten? Waarom is er bij preventie in het sociale domein, in verband met de schaarse middelen, geen standaard prioritering aangebracht, zoals dat bekend is in de arbeidsomgeving, de zogenaamd arbeidshygiënische strategie? Heldere antwoorden op deze vragen zou het preventiebeleid in de breedte zeker vooruit kunnen stuwen. Misschien zijn de antwoorden er al wel en zijn ze gewoon aan ons niet bekend.

Zetumop!

Eindgoed al goed, deze opmerkingen vallen in de categorie, zoals ze in Brabant zeggen: een kleinigheidje hou je toch. Als de aanbevelingen, die in de brief van de GGD en partners zijn opgenomen, worden vertaald in beleid, dan komt het goed. Al zouden ze maar voor een deel worden doorgevoerd: het zou het al een grote stap zijn. Dan zullen uiteindelijk de hier genoemde vragen en ook de aandacht voor de derde levensfase vanzelf een keer aan de orde komen. Zeker en vast! Zet um op, mevrouw Hamer!

 

JongeOuderen.nl

mei 2021